De geschiedenis van Lambic, de spontaan vergiste bieren uit het Pajottenland, is een van de meest besproken onderwerpen binnen de bierwereld. Net als bij veel andere Belgische stijlen, waar weinig erkende literatuur over bestaat, vertrouwden we aanvankelijk op de verhalen van de producenten: tot een paar jaar geleden waren we er allemaal van overtuigd dat Lambic en aanverwante bieren een oeroude oorsprong hadden en dat glazen met die aroma’s – en die geuren, “une vraie Gueuze doit puer”, zeiden ze in Brussel, “een echte Gueuze moet stinken” – alleen en uitsluitend daar vandaan konden komen. Het mysterie heeft een duidelijke formule, die samen te vatten is in machines die spreken van zeer verre tijden, vergeleken met moderne brouwinstallaties, spinnenwebben en een speciale microflora die nergens anders bestaat. Door de jaren heen zijn er veel studies gedaan en nog meer hypothesen geopperd over het ontstaan van de nectar van Kuaska (en van vele anderen, waaronder wij van Maltese), maar wat zeker is, is dat het aantal producenten en blenders in vergelijking met een paar eeuwen geleden drastisch is afgenomen. In
dit artikel maken we kennis met enkele brouwerijen waarvan we helaas geen Gueuze en Lambic meer kunnen proeven.